Categorieën
Verhalen

Waddengoud!

Dichter Gritter nu ook Waddengoud gecertificeerd streekproduct

Proeflokaal ’t Ailand in Lauwersoog met hun Waddengoud gecertificeerde vis als harder, zeebaars, garnalen en oesters of Waddengoud-catering Gekruid & Geroerd uit Houwerzijl die onder andere werkt met diverse cranberry- en duindoornproducten staan bekend om hun streekproducten. Vandaag heeft ook Erik Gritter uit Den Andel, beter bekend als dichter Gritter, het Waddengoud certificaat gekregen om de emotie van de Wadden die hij overbrengt via veel van zijn gedichten. De samenhang tussen de literaire teksten van Gritter en streekproducten is groot, en sterker dan hij op het eerste gezicht misschien lijkt.

De streekeigenheid en duurzaamheid zijn belangrijke overeenkomsten. Waar streekproducten onder het Waddengoud-keurmerk uit het Waddengebied komen, zo gaan gedichten van Gritter over dezelfde streek. “Vooral de natuur van het Lauwersmeer, dijklandschappen en de Waddeneilanden geven mij veel inspiratie. Middels poëzie kan ik de emotie die ik daarbij voel goed uiten en vertellen aan het publiek,” aldus Gritter.

De Groninger dichter houdt regelmatig natuurexcursies. Vorig jaar organiseerde hij samen met boswachter Jan Willems van Staatsbosbeheer Lauwersmeer een wandeltocht door het landschap van het Lauwersmeergebied. De boswachter vertelde feitelijk over de natuur en Gritter deed dat via poëzie. Ook dit jaar verwacht de dichter weer een aantal literaire wandelingen door de natuur van het Groninger kustlandschap te kunnen maken.

Ook Waddengoud-streekproducten hebben een duidelijke link met de natuur. Bijvoorbeeld de vissers vissen op harder en zeebaars volgens een oude jachtmethode. Al lopend en spetterend op het water proberen ze de scholen vissen in netten te jagen. Deze vismethode heeft weinig impact op de natuurlijke omgeving. Een respectvolle manier van omgaan met de natuur van de Waddenzee.

Op die manier zijn de literaire kunsten van Gritter met alle Waddengoud gecertificeerde bedrijven verbonden. Eerstvolgende optreden van Gritter is op 26 januari tijdens de Landelijke Gedichtendag in Leek waar hij een voordracht houdt.

Het certificeren van verschillende bedrijven in verschillende sectoren als streekproducten, toerisme, horeca en kunst & cultuur is erg belangrijk voor de Waddenstreek in het algemeen, vertelt Henk Pilat van Stichting Waddengroep. Pilat: “Doel van onze stichting is een duurzame economische ontwikkeling van de Waddenregio. Streekproducten hebben daar een grote rol in. Maar ook logiesverstrekkers, restaurants, fotografen, muzikanten, evenementen en nu ook dichters kunnen die rol invullen. Streekeigenheid en duurzaamheid in de bedrijfsvoering zijn daarbij een voorwaarde. En doordat Waddengoud de gecertificeerde producten en diensten promoot, gecertificeerde bedrijven uit verschillende sectoren steeds vaker gaan samenwerken en de naamsbekendheid van Waddengoud domweg groter wordt door meer in verscheidene sectoren actief te zijn, vinden steeds meer klanten hun weg naar deze typische waddenproducten en -diensten. Het Waddengebied als geheel en in al haar facetten zetten we hiermee op de kaart. En dat is goed voor de broze economie in de meeste delen van dit gebied.”
 
Persbericht 12 januari 2012, http://www.waddengoud.nl/
 
Den Andel, januari 2012

Categorieën
Verhalen

De twintig geboden

God, dacht de Heer op enig moment, zijn tien geboden nog eens aanschouwend. De mens heeft zich ontwikkeld, en menig gebod tot de zijne gemaakt, door ze in aardse wetten te vatten of diep te laten verankeren in de zedelijke moraal. Zowel moorden als stelen wordt als aards misdrijf gezien, gelijk het valselijk getuigen over een ander. De eerbied voor vader en moeder heeft de menselijke wet nauwelijks gehaald, maar geldt breedweg als innerlijke norm. Maar, de eeuwen overziend, en denkend te weten wat komen gaat, is bijstelling van node. Want als ik zeg: ‘Gij zult niet moorden,’ dan bedoel ik dat gij een ander niet van het leven mag beroven. Niets meer, maar zeker niet minder. Ik alleen ben verantwoordelijk voor het leven hier op aarde, en het is mijn voorrecht alleen het weer tot mij te nemen. Moorden is uit den boze, dus ook het doden uit mijn naam. Zo ook het doden, om het geloof in mij aan anderen op te dringen. Slechts door inzicht en vrije persoonlijke inkeer kan het ware pad worden bewandeld. Al dit leek mij destijds evident, toen ik de tafelen met tien geboden toonde, maar de mens meent, zo moet ik tot mijn eeuwige verdriet erkennen, anders. Ik zie tochten, aangevoerd door het kruis, en oorlog mijnentwege. Ik voel dwang, ik zie bloed, ik hoor ijzers sissen in het vuur. En hoewel de vrouw wat klunzig uit de man voortkwam – ik kon er destijds echt niets beters van maken – heb ik nimmer gewild dat de vrouw door de man zou mogen worden onderdrukt of op enigerlei wijze zou mogen worden uitgebuit. En mocht een man met een man willen verkeren, dan wel een vrouw gelijkelijk met haars gelijke: laat ze met rust. De drang de soort te verspreiden, hetgeen mij nog immer van immens belang lijkt, zal daaronder in het geheel niet lijden. Het wordt derhalve tijd, de geboden te herzien. Bestaande verdienen opschoning, nieuwe dienen toegevoegd. Nu moet ik nog een manier verzinnen, om mijn nieuwe wetten tot de mens te laten komen. Om te zorgen, dat ze in de plaats van de oude treden, opdat onnodig bloedvergieten en misbruik van kerkelijke macht in de jaren die komen gaan worden voorkomen. Ik zal een wijze van presenteren moeten verzinnen, die niets te gissen overlaat: “Hier is uw Heer, met de nieuwe geboden, twintig in getal”.

Hajo de Lange liep de lange weg naar Groningen. Rechts van hem was de zon doende zijn klim naar het middaguur te voltooien. Achter hem, een uur teruggaans, lag herberg D’olle Drent, waar hij de afgelopen nacht met veel kabaal was uitgegooid omdat hij zou hebben zitten sjoemelen met dobbelen. De laatste uren van de nacht had hij noodgedwongen in een droge greppel doorgebracht, van binnenuit verwarmd door het zure bier dat hij in grote pullen had genuttigd.

Nu het voorjaar gaande was, hoopte Hajo snel emplooi te vinden op één van de boerenplaatsen in de buurt van de stad. Er diende geploegd te worden, en hopelijk kon hij ergens blijven tot en met de oogst. Misschien lukte het hem zelfs om het aan te leggen met een dochter van een boer. Hajo was geboren in 1398, en volgde het pad naar de stad in 1423. Het was dus de hoogste tijd voor een vaste vrouw.

Hajo verliet de weg, en zocht bij gebrek aan bomen in de omgeving een bosje om tegenaan te urineren. Hij trof een kardinaalsmuts, die tot zijn kruis reikte. In het zicht van de Sint Walburg, nu een smalle paal in de verte, ontwarde hij de knoop van zijn voddige broek, en liet deze zakken. Wijdbeens stond hij daar, op elzen klompen.

Op het moment dat zijn plas de bladeren van het bosje bereikte, vatte de struik vlam. Hajo deinsde achteruit, struikelde achterwaarts over een kei en viel op de grond, zijn broek op de klompen. Vlug stond hij op, hees zijn broek omhoog en staarde naar het groen dat vlam had gevat.

Eerst dansten de vlammen woest, tongen werpend. Water siste uit de groene twijgen, droogverbrande takken verpulverden. Maar langzaam zakte het vuur in, rokend zoekend naar zuurstof. Eerst nauwelijks hoorbaar, maar steeds luider, hoorde Hajo nu een stem, komend uit het droge bosje. De stem riep zijn naam. ‘Hajo! Hoor mij aan! Hajo!’ De stem klonk diep, en iets geschuurd. Hajo kreeg kippenvel, en dacht aan het zure bier dat in D’olle Drent werd geschonken. ‘De volgende keer wat minder,’ mompelde hij. Hij hief zijn rechtervoet omhoog, en trapte in het bosje, dat omviel. Rook kringelde omhoog.

De stem leek een kuchend geluid voort te brengen, en stierf weg. Hajo draaide zich om, en vervolgde zijn weg, op zoek naar vrouw en veldwerk. Aan het voorval dacht hij nimmer meer terug.

Sedertdien is niets meer gehoord van de Brenger, noch van de Twintig geboden die nimmer bij de mens werden afgeleverd.
 
Den Andel, november 2011

Categorieën
Verhalen

Dubbele passiemoord in Groningse Dijkgat

DIJKGAT – In de nacht van zaterdag op zondag heeft in een boerderij in het Groningse dorpje Dijkgat een dubbele moord plaatsgevonden. De slachtoffers werden rond 4 uur in de ochtend in de melkstal van veehouder Andries Grobbel aangetroffen met haakse rieken in hun rug. De 23 jarige Yvette C. uit het Limburgse Gruisbrug heeft inmiddels tegenover de plaatselijke politie bekend dat ze de slachtoffers om het leven heeft gebracht.

De beide slachtoffers, een tweetal jonge dames wier identiteit door de politie nog niet is vrijgegeven, logeerden samen met verdachte Yvette C. bij veehouder Grobbel in het kader van het bekende televisieprogramma Boer zoekt vrouw. Deelnemende boeren en boerinnen kiezen in dit programma drie kandidaten die enkele dagen op de boerderij verblijven ter nadere kennismaking.

Geurt Grobbel, de broer van de boer uit Dijkgat, vermoedt dat het motief is gelegen in jaloezie. Volgens hem is sprake van een dubbele crime passionnel de pays. Enkele dagen voor het tragische incident trof Geurt zijn broer Andries met de drie kandidaten aan de keukentafel van de boerderij in Dijkgat. “De spanning was om te snijden,” aldus Geurt. “Ik kreeg direct al het gevoel dat het opletten geblazen was met die blonde Yvette. Ze maakte alleen maar snibbige opmerkingen naar de andere dames, en deed kribbig naar mij. Tegenover mijn broer was ze poeslief.” Geurt Grobbel denkt dat de verdachte zijn broer voor haarzelf wilde hebben. “Mijn broer heeft ook wel wat te bieden. Zo’n zevenhonderd stuks Holstein zwartbont, vier trekkers en vijf schapen. Een dikke boer, zoals we hier zeggen. Maar het is een jongen met het hart op de juiste plek.”

Andries Grobbel betreurt de slachtoffers: “Het waren leuke meiden, stuk voor stuk, en het televisietoerisme kwam net goed op gang.” Zijn inwonende moeder ziet ondanks de vervelende gebeurtenis toch nog een klein lichtpuntje: “Onze Andries stond voor een lastige keuze. Wie zou hij op de boederij laten wonen? Hij hoeft nu niet meer te kiezen.”

Yvette C. zal morgen voor de rechter-commissaris worden geleid. Naar verwachting zal de verdachte geruime tijd in voorlopige hechtenis worden genomen.

Zuidhorn, januari 2011

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de oude Weblog Gritter)